Wat niet mag

Al jaren ga ik trouw naar toneelstukken van toneelgroep Het Volk. Het is één van die voorstellingen die je blind kan aanvragen, het is altijd wel goed (zoals ook André Manuel, het Noord-Nederlands Toneel en Kees Torn altijd aangevinkt worden).

Het Volk heeft altijd wat absurdistische, tragisch-humoristische stukken. Zo ook Wat niet mag van J.M. IJssel de Schepper-Becker uit 1921. De scheidslijn echt/nep/overdreven ligt altijd wat vag bij het Volk, dus bekroop mij al de twijfel dat het echt bestond. Eén van de acteurs verzekerde me na de voorstelling dat het toch een echt toneelstuk was (2x opgevoerd en toen stilletjes verdwenen – iets te vooruitstrevend voor die tijd), en inderdaad, je kan het zelfs nog in oude toestand kopen. Grappig trouwens dat ook de Volkskrant twijfelde.

Wat niet mag - Het VolkHet is eigenlijk een stuk in een stuk, want het begint met de drie acteurs die drie acteurs spelen die uit de toneelvereniging zijn gegooid. “We kunnen ook stoppen” wordt gezegd, maar ze gaan door: met Wat niet mag. Zoveel mogelijk trouw aan de tijd (jaren ’20), de regieaanwijzingen van Jo IJssel de Schepper-Becker worden precies opgevolgd, het taalgebruik is ouderwets (“dien dokter”). Voor de rol van de dochter kennen ze nog wel iemand in een gezinsvervangend tehuis. En ach, een van hen doet wel weer een jurk aan.

De basis van het verhaal is een doorsnee jaren ’20 gezin (vader, moeder, zoon, dochter) waarbij de zoon zijn coming out beleeft. Walging en afschuw alom, en uiteindelijk valt het hele gezin uit elkaar. Want ook de verloofde van de dochter heeft van die tegennatuurlijke driften en maakt het uit. De moeder probeert wanhopig de boel bij elkaar te houden, het allemaal te begrijpen ook al vindt ze het niks, terwijl de vader een lompe botterik is waarvan de moeder uiteindelijk ook zegt “dat kan je niet van je vader verwachten, die is niet met jullie meegegroeid zoals ik, die is 20 jaar stil blijven staan!”.

Wat ik het knapste vond was de mix van melige humor en prachtig drama. Want er worden ook nog 4 amateurtoneelspelers gespeeld. Er wordt iets te hard gesoufleerd, met de bel die het telefoongeluid maakt gespeeld, geruzied, de uitdrukking “op je plakkertje!” houden wij nog even in ere, en de Blokker bestaat blijkbaar ook al in 1921. Ondanks die uitstapjes blijft het stuk overeind, en de tragische stukken vormen een mooi contrast.

Over Michel

Michel Klijmij is gemeenteraadslid voor GroenLinks Gouda, (co-)woordvoerder milieu, veiligheid, bouwen & wonen, ruimtelijke ordening, voorzitter A-onderwerp Armoedebeleid. Michel Klijmij woont al zijn hele leven in Gouda en houdt van hobby's. Dat zijn klooien met computers, radiomaken en politiek. Op dit weblog publiceert hij alles wat hij vindt dat de wereld moet horen.
Dit bericht is geplaatst in Persoonlijk met de tags . Bookmark de permalink.