Raad – 30 mei 2007

Groenstructuurplan

De heer Klijmij-van der Laan (GL): Voorzitter. Ik hoop dat de brochures en notities die al zijn genoemd, op recycled papier worden afgedrukt. Dan hoeven er immers geen bomen voor te sneuvelen, en dat past goed bij de doelstellingen van het groenstructuurplan.
Wij zijn blij dat de wijzigingen die in de commissie zijn voorgesteld, nu zijn doorgevoerd in het raadsstuk. Daardoor zijn de uitspraken wat offensiever geworden en zien wij nu het groen en het aantal bomen als minimum, in plaats van als maximum.
Verder dienen wij een amendement in dat luidt:
“De volgende tekst toevoegen aan het raadsbesluit als nieuw beslispunt 2.6:
bij het kappen van bomen wordt rekening gehouden met het verlies aan opnamecapaciteit voor CO2 en fijn stof”.
Wij hebben twee redenen om dit amendement in te dienen. De eerste reden is bewustwording van milieu en uitstoot van CO2 en fijn stof. Je kunt daarin grote of kleine stappen nemen, maar elke stap die wordt gedaan, is in dat verband welkom. De tweede reden is dat het amendement de raad meer greep geeft op de “boom voor een boom”-regeling, vooral waar het gaat om de kwaliteit van de nieuw te planten bomen. Burgers zijn toch bang dat er alleen een klein sprietje terug komt op de plek waar ooit een mooie oude boom stond, en juist mooie oude bomen nemen ook veel CO2 op. Voor ons kan dat een extra indicator zijn bij het beoordelen van kap en herplant van bomen. Verder is in de commissie al gezegd dat er boom- en grassoorten zijn die méér CO2 kunnen opnemen dan andere soorten. Ook dat kan meespelen als het gaat om herplant van bomen.
Ik ben blij met de steun die de G50+-fractie voor ons amendement heeft uitgesproken. Ik hoor graag van de andere fracties en de wethouder hoe zij dit amendement zien. Het gaat ons vooral om het goed kunnen beoordelen van kap en herplant van bomen.
Blij ben ik ook met de toegezegde notitie over zelfwerkzaamheid. Ik dring erop aan dat bij het opstellen van die notitie gebruik wordt gemaakt van de kennis die er in Gouda is bij diverse stichtingen en organisaties, zoals de Bomenstichting. Zij weten veel van bomen en kunnen de gemeente daarbij helpen. Dat gaat trouwens wat verder dan alleen zelfwerkzaamheid, want het betreft ook het beoordelen van de kwaliteit van bomen en in het algemeen het helpen bij het mooi en zo groen mogelijk houden van onze stad.

 Wethouder Kastelein: (…) Communicatie is een blijvend aandachtspunt, en dan inderdaad niet alleen door middel van borden of de gemeentelijke pagina in de Goudse Post, maar vooral ook direct met bewoners en wijkteams. Wij hopen dat op een goede manier te doen bij het opstellen van de uitwerkingsnotitie, mede om te zorgen dat er continuïteit zal zijn.
In het kader van de planning- en controlcyclus komen wij terug op de vraag hoeveel bomen wij nu in Gouda hebben, en wanneer het aantal bomen weer op peil gebracht zal zijn.
Wat het amendement betreft, staat het college achter de doelstellingen van het Klimaatverbond en streeft het er ook naar om de hoeveelheid CO2 in de stad terug te dringen. Bomen zijn daarbij een belangrijke factor. Het college voelt er echter niet voor om het nieuwe beslispunt 2.6 op te nemen, omdat wij dan een soort CO2-balans zouden moeten gaan maken. Dat zal veel ambtelijke capaciteit vergen, en het is de vraag wat dit de stad oplevert. Ik stel voor om wel de urgentie van CO2 en fijn stof op te nemen, maar dat niet te doen bij de kwantificeerbare hoofddoelstellingen. Het lijkt ons het beste om in de tekst van het groenstructuurplan zelf op te nemen, dat het een factor is waar wij rekening mee houden als er wellicht bomen gekapt gaan worden. Er zijn trouwens ook behoorlijke verschillen tussen bomen wat betreft het opnemen van CO2 en fijn stof. Kortom: wij zijn er niet voor dat ambtenaren bij iedere boom gaan meten, maar willen wel bij plannen in de stad rekening houden met CO2 en fijn stof.
Het college wil graag gebruik maken van de expertise van groene organisaties. Er is ook regelmatig overleg tussen de gemeente en deze organisaties, en wij weten dat er in onze stad veel expertise is en dat veel enthousiaste burgers ermee bezig zijn. Dat is ook gebleken uit de vele inspraakreacties op het plan. Groen leeft dus bij de burgers in onze stad.

De heer Klijmij-van der Laan (GL): Voorzitter. De toezegging van de wethouder naar aanleiding van mijn amendement past binnen de strekking ervan. Ik kan met die toezegging leven, en daarmee is het amendement niet meer nodig. Ik trek het in.

De heer Van den Akker (VVD): Nu het amendement is ingetrokken, vraag ik mij wel af wat de wethouder nog aan de tekst van de nota zou willen toevoegen. Op blz. 19 staat immers al een zin over CO2 en het vastleggen van fijn stof.

De heer Klijmij-van der Laan (GL): Voorzitter. In reactie op de heer Van den Akker wijs ik erop, dat op blz. 19 van de nota alleen maar wordt geconstateerd dat bomen een belangrijke milieukundige functie hebben. Mijn bedoeling is uiteraard dat het niet alleen bij die constatering blijft, maar dat er ook iets mee gedaan wordt.

Wethouder Kastelein: Voorzitter. Ik ben het helemaal eens met de woorden van mevrouw Engbers en de heer Klijmij-van der Laan. In de nota staat nu inderdaad alleen een constatering, en door de toegezegde toevoeging wordt het ook een afwegingsfactor.
Ik meen in eerste termijn al duidelijk gemaakt te hebben, dat het beslist de bedoeling is om de burgers te betrekken bij de planvorming. In de notitie zelfwerkzaamheid zoeken wij de burgers ook op.

De heer Wouters (G50+): Dan wachten wij rustig die notitie af.

Wethouder Kastelein: Ja, ik zou zeggen: nog even geduld.

Het voorstel wordt zonder stemming aangenomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *