Tag Archive for 'aardrijkskunde'

Minister Plasterk is een onbenul

Ik kan het niet netter zeggen. Wat een sukkel! En dan niet omdat hij geen rapporten kan lezen, maar vanwege dit:

Volgens Plasterk is geschiedenis ‘meer bepalend voor wie we zijn’ dan aardrijkskunde of biologie. “Als je niet weet waar Enschede ligt, is dat onbenullig. Maar als Nederlands staatsburger moet je toch echt weten wanneer de Tweede Wereldoorlog ongeveer was”, zei Plasterk.

Pardon?

Minister PlasterkHoe is het mogelijk dat er een minister van Onderwijs zit die niet eens een klein beetje weet wat school tegenwoordig inhoudt? Hoe kan zo iemand beslissen over allerlei zaken, die allemaal verbonden zijn met geografie, zonder te weten dat onze kinderen daar tegenwoordig over leren? De positie van Nederland in het wereldsysteem, regionale identiteit, de Europese Unie, China, weer & klimaat, natuurlijke processen als platentektoniek, cultuur, bevolkingsontwikkelingen, migratie, ontwikkelingslanden, milieuproblemen, samenhang en schakelen tussen schaalniveaus, en ga zo maar door. Als er één vak is dat bepalend is voor wie we zijn en wat we doen, dan is het aardrijkskunde! En gezien de samenhang eigenlijk onmisbaar aan de maatschappijkant, samen met geschiedenis en economie. Want weten waar Nederland staat in de wereld, dat is pas onmisbaar als Nederlands staatsburger.

Nee meneer Plasterk, onbenullig is het geen idee hebben wat aardrijkskunde tegenwoordig inhoudt. Kom een keer langs bij mij, of welke andere school dan ook. Als je dat kan vinden zonder TomTom.

Popularity: 32% [?]

[Advertentie]

Universitair onderwijs kwalitatief uitermate teleurstellend

Maar uit de CPB-studie bleek dat vrijwel nergens op de wereld studenten in het hoger onderwijs zo weinig leren als in Nederland. Dat Nederlandse afgestudeerden toch wel wat kunnen, danken ze vooral aan hun uitstekende middelbare scholen.

Zo, die zit. Alma Mater, stuur maar een boeketje, want dankzij mijn collega’s studeert er af en toe nog iemand bij jullie af. Vandaag berichtte de Volkskrant dat het niveau van universitair onderwijs wordt overschat. Sterker nog, als je het artikel zo leest is het gebruik van de term “universitair onderwijs” al een overschatting. Als iemand met toch heel wat ervaring in de universitaire wereld als student kan ik deze opmerking volledig herkennen:

Het probleem ligt bij de universiteiten zelf. ‘Een groot deel van het bacheloronderwijs wordt gezien als noodzakelijk kwaad’, zegt Dittrich. Als corvee. Een echte wetenschapper doet immers onderzoek. ‘Ik kan me niet onttrekken aan de indruk dat het bacheloronderwijs onder aan de rangorde staat, na onderzoek, masters en externe taken.’ De universiteit, aldus Dittrich, vindt de bacheloropleiding kennelijk optimaal als die nog net door de keuring komt.

Daar waar je een graad nodig hebt om kinderen op het basis- en voortgezet onderwijs te mogen onderwijzen, is dat op de universiteit niet nodig. Ik hoopte dat het iets beter zou zijn sinds “mijn tijd”, maar blijkbaar niet. Colleges waren vaak saai en niet inspirerend, doelen niet helder en bij tentamens was het vaak belangrijker om een of ander loos feitje te hebben onthouden dan ruimte te geven om te laten zien dat je een stel hersens had waar je analytisch mee kon nadenken. Na de middelbare school, die mij prima was bevallen omdat ik daar redelijk zelfstandig (nog vóór de Tweede Fase) en uitdagend onderwijs kreeg, viel de universiteit zeker het eerste jaar genadeloos door de mand als schools en saai. Nu was (en ben) ik gelukkig gek op aardrijkskunde, dus de inhoud was wel boeiend - maar wat er mee gebeurde stelde niet zoveel voor.

Dat er veel ongemotiveerde studenten rondlopen in het hoger onderwijs kan ik me ook wel voorstellen. Motivatie krijg je door geïnspireerd te worden, door aantrekkelijke colleges, uitdagende opdrachten. Niet door colleges die je net zo goed had kunnen missen. Ik ben meer dan eens als stuudje getypeerd, maar ik geef het rustig toe: menigmaal zat ik vooral de krant te lezen in de collegebanken, Bert & Ernie na te doen (let vooral op de reactie: het lag aan de zaal, aan de studenten, aan de journalist…), bleef ik alleen uit een soort vaag verantwoordelijkheidsgevoel (het is ook niet leuk voor een docent als na de pauze zo’n 100 van de 120 studenten niet meer terugkomen), en ben ik zelfs een keer in slaap gevallen. Dat leverde gelijk hilarische taferelen op trouwens, want het bleef niet onopgemerkt. Ondanks dit alles heb ik een drs voor m’n naam staan - maar dat zegt dan misschien ook wel weer iets over de kwaliteit.

Opvallend is dit alles vooral, omdat er vooral geklaagd wordt over het middelbaar onderwijs - de sector die verantwoordelijk is voor onze goede internationale resultaten. Vooral de VMBO-leerlingen blijken geweldig te zijn. De uitval is daar wel hoog, en dat is zeker een probleem. Alleen, de “diplomaloze uitval” is in het hoger onderwijs even hoog. Waar blijven de moord en brandschreeuwers? En wie zal de eerste zijn die zegt dat het VMBO eigenlijk best goed is?

Voor de studenten van nu hoop ik dat er iets verandert, en dat zij wel goed onderwijs krijgen op uitdagend niveau. En als niet iedereen dat kan volgen: pech. Leg de lat maar hoog, en zet het onderwijs op een bijpassende positie.

Popularity: 33% [?]

Hello, Leiden!

Zo, de laatste schooldag zit erop. Hoewel het schooljaar nog een week duurt is het voor mij, vanwege Palestina, al klaar. Bijna een heel schooljaar op het Erasmus College, waar ik begon met een zwangerschapsvervanging, en uiteindelijk nog een paar uurtjes overhield om tot het eind van het jaar vol te maken. Een hoop nieuwe mensen leren kennen, een hoop leerlingen iets van aardrijkskunde bijgebracht. Hoewel ik zelf de keuze al had gemaakt niet door te gaan op het Erasmus vertrok ik toch met een wat treurig gevoel, omdat het wel een leuke school is.

Het laatste werk dat gedaan moest worden is het rapportvergaderen. Dat kan makkelijk en soepel gaan, of je kan er compleet gestoord van worden. Vanochtend variëerde het een beetje. Een klas ging soepel, bij de andere een paar stevige discussies. Dat mag ook wel, want het gaat uiteindelijk om de toekomst van de kinderen. Cijfers zeggen niet altijd alles, en daarom kan de vergadering afwijken van de norm. Dat is een paar keer gebeurd, met ruime meerderheid dus goed onderbouwd. Ik ben wel blij voor de leerlingen die toch naar havo zijn bevorderd, omdat ze volgens mij daar beter op hun plek zullen zitten. Die enkeling die toch mavo gaat doen, waar ik denk dat havo ook kan, zal zich hopelijk bewijzen en er toch komen. Succes!

Voor de helft zit mijn hoofd (of dat deel dat voor school gereserveerd is) al bij volgend jaar. Na een leuk sollicitatiegesprek was ik al aangenomen voor ik in de trein terug zat. Volgend jaar een soort terug naar mijn gymnasiale roots, op het Stedelijk Gymnasium in Leiden. Als docent die het liefst wat extra’s doet met de stof, voor wie de inhoud voorop staat, is dat toch de meest fijne omgeving. De kennismaking met de sectie stemde positief, ik heb wel het gevoel dat het klikt. Organisatorisch staat het ook allemaal goed, en ben ik al helemaal voorzien van de benodigdheden voor september.

Dan baal je wel even als er ineens een vacature op het oude nest is. Die moet ik dus aan me voorbij laten gaan. Gelukkig met een positieve reden: ik heb al een leuke baan geaccepteerd, en ga daar het komend jaar hopelijk veel moois laten zien. Zoda, mocht er daar na een jaar geen plek voor me zijn, ik toch minimaal weer een “Klijmij moet blijven-actie” teweegbreng.

Popularity: 26% [?]

In it for the money?

Schoolbord

Docenten zijn zielige paupers, zo lijkt het als je vandaag de Volkskrant las: “Inkomen docent blijft fors achter“. Maar schrik niet, ik ga hier niet om geld bedelen om ons onderwijzersloontje aan te vullen. Onze decadente leefstijl loopt prima, dank je.

Het pleidooi van de AOb (Algemene Onderwijsbond) slaat de plank flink mis. Of zij hebben contacten in andere docentenkamers dan ik. De meeste docenten klagen niet over dat ze zo weinig verdienen. Jongeren laten hun keuze tussen onderwijs en andere beroepen niet leiden door geld.

In de docentenkamer gaat het zelden over geld. Het gaat vooral over de werkomstandigheden - wat je moet doen en verduren voor dat geld. Dat is trouwens niet iets exclusief voor het onderwijs, de meeste mensen willen een prettige werkplek waarin je wordt gewaardeerd als werknemer. Ook dat is een economische wet, die door het AOb wordt genegeerd. Het is maar de vraag of meer geld ook betekent dat docenten dan de nadelige omstandigheden maar voor lief zullen nemen. Zo klaagde een jonge collega dat hij door zijn grote hoeveelheid lessen geen tijd had om die lessen ook op zijn manier leuk en sprankelend te geven, maar puur aan het “lesboeren” was. Zal hij voor meer geld wel al die lessen op zo’n onbevredigende manier blijven geven? Of heeft hij er meer aan als de urennorm wordt aangepast zodat er meer tijd is voor het ontwikkelen van lessen en lesmateriaal? Zo heb ik ook liever een iets kleinere baan waarin ik ruimte heb om iets extra’s te doen, dan een drukke baan waarbij lessen moeten worden afgeraffeld en geen tijd is voor vernieuwende lessen. Laat dit namelijk duidelijk zijn: ondanks alle geklaag over “Het Nieuwe Leren” en lesuitval is het zo dat een goede hedendaagse les die past binnen het echte Nieuwe Leren meer tijd kost dan een ouderwetsch degelijke les die 20 jaar geleden de norm was. Veel meer tijd.

Waarmee ik bij de keuze van studenten kom. De belangstelling voor lerarenopleidingen is gering. Mijn “lichting” aardrijkskundedocenten bestond uit 6 nieuwe eerstegraads op het IVLOS, een van de 5 eerstegraads opleidingen (naast VU, UvA, RUG en KUN) en zeker niet de kleinste. Over een paar jaar wordt de pensioengolf van de babyboomers een tsunami van gepensioneerden, en zullen vrijwel alle vakken de gevolgen hiervan merken. Er is daardoor praktisch een baangarantie, maar studenten kiezen niet voor een lerarenopleiding. Dat heeft niet te maken met geld. Je startsalaris als docent is niet verkeerd (€2251 bruto per maand, iets onder modaal). Wie het nieuws volgt over het onderwijs zal ook merken dat daar vrij weinig discussie over is. In die nieuwsitems gaat het wel over de onrust in het onderwijs: grote werkdruk, lastige ouders, moeilijk hanteerbare leerlingen, weinig vrijheid bij het inrichten van je les, verplichtingen buiten de lessen (vergaderen, feestsurveillance etc), kortom: er deugt niks van het onderwijs. Wie wil daarin werken? En als je dat wilt, hoe hou je het vol? De eerstegraads lerarenopleiding stelt niet zo heel veel voor en focust zich naar mijn mening te weinig op de praktijk, en ik hoor nog wel eens verhalen van andere opleidingen (niet het IVLOS, voor de duidelijkheid) waarbij het begeleiden van nieuwe docenten neerkomt op het tot de veters toe affakkelen van elke fout. Meesterschap is vakmanschap, dat je al doende moet leren. Het gaat dus niet meteen goed, wat in combinatie met de werkdruk mensen uit het onderwijs kan jagen. Het is moeilijk je eigen hoge verwachtingen direct waar te maken.

Ik hoop dus dat de geld-discussie een snelle dood sterft en we het gaan hebben over de kwaliteit van het onderwijs. Wat betekent de verandering van het onderwijs en de maatschappij voor het functioneren van de docent? Wat voor differentiatie gebruik je om docenten optimaal te laten functioneren? Waarom geldt voor een jonge, nieuwe docent dezelfde norm als een oude rot van 50? Hoeveel ruimte is er om nieuwe lessen te ontwikkelen binnen je uren, in plaats van als een soort halve vrijwillige baan zoals nu nog voorkomt? Hoe verbeter je het imago van het onderwijs? Dat zijn de punten waar het over zou moeten gaan.  De docenten die dagelijks voor de klas staan, mijn collega’s, ken ik als gemotiveerde en idealistische mensen. Passie voor hun vak en voor het werken met jongeren. Passie maak je niet met geld, maar moet je in de juiste omstandigheden laten bloeien tot iets moois.

Popularity: 42% [?]

Ik ben getikt

Tom heeft mij getikt in een soort virtueel tikkertje. De bedoeling is dat je 5 weetjes over jezelf vertelt, die mensen nog niet eerder hadden gehoord.

Moeilijk. Via dit weblog weten mensen al zoveel over me, en wat men niet weet is over het algemeen ook niet bedoeld voor publicatie… Toch doe ik een poging. Sorry als je het al wist.

  1. Ik ben één van de weinige raadsleden in Gouda die hier ook is geboren. Voor zover ik weet zijn er nog 2 anderen, in ieder geval Mohammed. Ergens in het Streekarchief ligt trouwens nog een stuk over een belastingdispuutje van een verre voorvader van me hier in de buurt, over zijn hennepkwekerij.
  2. Op mijn cijferlijst na het examen was Nederlands mijn op-één-na slechtste vak, met een 6. Desondanks doe ik altijd voor de TV mee met het Groot Dictee der Nederlandse Taal.
  3. Dat Aardrijkskunde altijd een van mijn favoriete vakken was zal niemand verbazen. Dat ik natuurkunde nooit zo leuk vond misschien ook niet zo. Dat ik geschiedenis als een van de eerste vakken liet vallen omdat ik er niet zoveel aan vond misschien wel.
  4. Ik ben erg slecht in weggooien. Het liefst zou ik elk plastic tasje en elastiekje bewaren “voor het geval dat”.
    Astrid is beter in weggooien. Dit is een van de weinige dingen waar wij het fundamenteel oneens over kunnen zijn.
  5. Na Tolkien, Rowling en Pratchett staat Kees van Kooten het meest op mijn boekenplank.

Spannender wordt het niet…

Dan schijn je 5 mensen te moeten tikken. Dat worden:

Popularity: 32% [?]

Kwaliteit van het onderwijs

In de Volkskrant van vandaag weer eens een opinie-artikel over de kwaliteit van het onderwijs. Dat is de nationale pispaal, want het onderwijs zou slechter zijn dan vroeger (Toen Alles Beter Was), docenten zijn slechter, kortom: een nationale ramp.

De schrijver Ron Ritzen betoogt dat er voor al dat doemdenken geen cijfers zijn. Dat deed hij al eerder, trouwens. De hele discussie over “kwaliteit van het onderwijs” vindt plaats zonder dat die kwaliteit ergens is gedefiniëerd. Wat is goed onderwijs? Dat wordt bij alle hervormingen nauwelijks gedefiniëerd.

Om het nog lastiger te maken weet je nauwelijks wat een leerling later echt nodig zal hebben in het leven. Er is een basis, natuurlijk, die iedereen moet weten (wat die basis is valt dan weer te bediscussiëren), maar de specifieke kennis daarnaast, dat weet je niet. Nu maken meeste leerlingen op hun 15e met de profielkeuze al een hele belangrijke keuze voor hun latere leven. Het tweede grote keuzemoment, de vervolgstudie, ligt rond de 17 à 18. Het kan haast niet anders of die keuze zal voor een grote groep niet de meest juiste blijken te zijn.

De tijd die je hebt in het onderwijs is beperkt. Na 4 tot 6 jaar 42 weken per jaar naar school gaan ben je klaar. Hoe vul je die uren en wat wil je daarmee bereiken? De ouders van nu hebben in hun schooltijd erg veel feitenkennis opgedaan. Stampen, stampen, stampen. Toen vonden ze dat allemaal erg vervelend en saai, en voelden veel leerlingen zich niet thuis op school. De slinger is nu de andere kant op gegaan, met veel meer aandacht voor vaardigheden. In het beroepsonderwijs gaat men meer en meer naar projecten en “natuurlijk leren”. Al doende leer je vaardigheden en doe je kennis op die je in de praktijk toepast.

Als er over onderwijsvernieuwingen wordt gesproken, gaat dat vaak over de bovenstaande voorbeelden. Niet het doel (wat moet de leerling kennen en kunnen en waarom? Wat is basis, wat specifiek en hoe verdeel je dat?), maar het middel (feitenkennis, natuurlijk leren, projectmatig werken) of de omstandigheden (kleinschalig onderwijs, uitdagende leeromgeving) wordt geprezen.

We zullen moeten accepteren dat leerlingen van tegenwoordig geen generalisten meer kunnen zijn. Er is zoveel informatie, we weten zoveel meer dan vroeger, de wereld is zodanig anders, dat je geen encyclopedische kennis of beheersing van alle mogelijke vaardigheden kan verwachten. Je kan en mag ook niet verwachten dat leerlingen het allemaal maar zelf uitzoeken, uit eigen nieuwsgierigheid en op eigen kracht. Een enkeling zal dat aankunnen, maar voor de meesten is de brei aan informatie te groot en het inzicht in wat later van belang zou kunnen zijn te klein om daar goede keuzes in te maken. Daarvoor moet je goede docenten hebben die structureren, aanwijzen, verbanden aangeven en hoofd- en bijzaken scheiden. Er moeten keuzes gemaakt worden: wat heeft deze leerling nodig, wat niet? Omdat elke leerling verschillend is heb je dus ook verschillende types docenten nodig: dé goede docent bestaat niet.

Uit het voorgaande kan je al wat doelstellingen voor goed onderwijs destilleren. Goed onderwijs is toegesneden op de individuele leerling - er is dus ruimte nodig om leerlingen individueel of in kleine groepen te begeleiden. Er moet een basisniveau van kennis zijn, wat iedereen sowieso nodig heeft. Beheersing van Nederlands, rekenvaardigheden, kennis over eigen en andere culturen en religies, sociale vaardigheden, om maar wat voorbeelden te noemen. De extra’s moeten niet te algemeen zijn (wat moet iemand die van talen houdt met algemene natuurwetenschappen?) en aansluiten bij de leerling. Denk aan verschillen tussen theorie/praktijk, zelf ontdekken/aanhoren, etc. Maar ook moeten we ons de vraag stellen: waarom moet iemand die op vwo-niveau wiskunde doet ook op vwo-niveau Duits of Frans kunnen? En waarom moeten alle scholen op dezelfde manier werken?
Voor docenten betekent dat ook heel wat. Die kunnen zich specialiseren tot coach, of juist tot verteller. Of een mix tussen beiden. De universitair geschoolde docent kan zich desgewenst volledig vakinhoudelijk uitleven. Vakken kunnen versterkt worden, of juist samenwerking zoeken.

In methodiek geeft dat vrijheid om concrete doelen te behalen. Van de basiskennis kan je verwachten dat die niet snel zal verouderen. Doelen daarvoor zijn er nu al met kerndoelen voor het basisonderwijs en de basisvorming. Daar zal nog wel kritisch naar gekeken moeten worden of die nu echt allemaal zo essentiëel zijn en waarom. Daarbovenop komen de extra’s, die je per vak en per niveau zou kunnen omschrijven. Zo zou je een eindcijfer ook kunnen vervangen door een niveaulijst: je beheerst Aardrijkskunde op niveau 7, wat overeenkomt met een concrete lijst kennis en vaardigheden. Dat is wat anders dan nu, waarbij een 7 voor aardrijkskunde op een VWO-lijst niet zoveel zegt. Ja, voldoende, maar wat was er dan niet voldoende? Misschien is een belangrijk onderdeel slecht, maar gecompenseerd met een goed onderdeel. Een cijfer zegt niet zoveel en geeft weinig mogelijkheid tot vergelijken. Een niveau waarin concreet staat wat iemand kan en weet zegt dan meer en geeft ook vergelijkingsmateriaal voor later - zodat je een echt oordeel op kwaliteit kan zetten.
Zo’n model is veel vrijer dan wat nu gangbaar is, en zal praktisch ook wel op heel wat problemen stuiten. Of liever, uitdagingen. Maar het kan ook handvaten bieden om kwaliteit van het onderwijs echt te beoordelen, en ook op langere termijn. En tegelijk zoveel mogelijk voordelen van alle veranderingen te gebruiken, zonder daarbij alles overhoop te gooien. Wie door wil gaan op de huidige weg, die kan dat doen. Waar leerlingen en docenten alles anders willen, kan dat ook. Het gaat niet om hoe je je doel bereikt, maar of je het doel bereikt.

Popularity: 26% [?]

Voor de Amsterdammers

Vanavond even ontspannen, en weer eens tijd gehad om TV te kijken. Het programma Puberruil staat niet in mijn “moet ik echt zien” lijstje, maar omdat er dit keer werd geruild met iemand uit Waddinxveen toch even gekeken. Astrid herkende natuurlijk alles (de puber woont vlak bij haar ouders en gaat naar haar oude school). Maar wat vooral opviel waren de klasgenootjes van het meisje met wie de Waddinxveense ruilde. Die kwam uit Amsterdam, en daar was men vooral erg verbaasd dat ze niet in een boerderij woonde en kaas maakte, en ook wel opgelucht dat ze “niet zp boers praatte”. En, wonder boven wonder, kleedde ze zich ook nog net zo als in Amsterdam, de beschaafde wereld, gebruikelijk was!

Dus, Amsterdammers: welkom in de echte wereld. Ook buiten Amsterdam wonen beschaafde mensen. En let even op bij Aardrijkskunde: de urbanisatiegraad in Nederland is één van de hoogste ter wereld. Bijna iedereen (tegen de 90%) woont in de stad, en leeft dus volgens een stedelijk leefpatroon. Zelfs de ruim 26.000 inwoners van Waddinxveen.

Popularity: 25% [?]

Over pingoruines en esbanjeren

Orvelter Schaap

Woensdagavond tot en met vrijdag was ik in Orvelte op veldwerkveldwerk. Oftewel veldwerk over veldwerken. Met zo’n 50 andere aankomende aardrijkskundedocenten en vakdidactici van de UvA, VU, RUG en Radboud zijn we bezig geweest. Het waren een fantastische twee dagen met een wandeling rondom Orvelte, een veldwerk voorbereiden in Westerbork (Bejaarden doe je zo!) en boringen zetten in essen en beekdalen. Bekijk de foto’s.

Prikken in de hei

Popularity: 20% [?]