Quis custodiet ipsos custodes? Docenten beoordelen, maar wie beoordeelt de docenten? Tot nu toe was dat de directie, soms met behulp van leerlingenquêtes. Dat geeft een veilige context, waardoor kritiek makkelijker te verwerken is.
Met de komst van Beoordeelmijnleraar.nl is dat anders. De website geeft iedereen de gelegenheid om een beoordeling van docenten te publiceren, met nauwelijks controle. Alleen scheldwoorden worden gefilterd. Door docenten wordt het gelijk gezien als een nieuwe manier om docenten te pesten. Een zwaktebod vind ik, maar er zit wel een terechte kern in.
Als docent moet je experimenten. Soms lukt een les, soms niet. Soms zijn dat omstandigheden, soms ligt dat aan de les. Dan is het terug naar de tekentafel, iets nieuws bedenken. Doceren is ook een vak, het kost je wel een paar jaar om je draai te kunnen vinden, je eigen stijl te ontdekken, en om twintig dingen tegelijk te kunnen. Dat leren en experimenteren doe je in de praktijk, met directe feedback van leerlingen. Als een toneelstuk waarvan je wel de tekst hebt, maar dat nooit is gerepeteerd, als een cabaretier zonder try-out. Beginnende docenten moet je dan de gelegenheid geven om een fout (of zelfs veel fouten) te maken. Directies doen dat, leerlingen niet.

De waarde van de openbare beoordelingen is om wel meer redenen met een korrel zout te nemen. Anoniem klagen is makkelijk, kan zijn ingegeven door een slechte bui, een slecht cijfer, en is dus geen graadmeter van of een docent goed of slecht is. Er speelt ook een groepsdruk mee - als de één iets vindt is het lastiger om iets anders te vinden. Aan de andere kant zijn leerlingen over het algemeen wel eerlijk, en dat is ook te zien aan de positieve beoordelingen. Een goede docent heeft weinig te vrezen van deze site. Wie met een 1 wordt beoordeeld door een grote groep leerlingen zal toch echt moeten bedenken wat hij of zij verkeerd doet.
Als je de kwaliteit van docenten wilt verbeteren is een openbare schandpaal niet het beste middel. Kritiek hoor je face-to-face te geven, direct naar een docent of via een mentor of directie. Dan schep je ook de ruimte voor een docent om zich te verbeteren. Dat is nieuw voor docenten (vroeger maakte het niet zo uit of je goed of slecht les gaf), maar ook voor leerlingen. Die zullen ook moeten leren om op een open manier hun kritiek op docenten, positief en negatief, te geven. Daar hebben ze zelf alleen maar voordeel van. Voor Beoordeelmijnleraar.nl zullen ze daar ook rekening mee moeten houden, als ze willen dat hun site helpt bij het verbeteren van de kwaliteit van docenten. Maak het moeilijker anoniem te reageren, filter strenger, probeer groepsdruk tegen te gaan - zaken die een enquête onder leerlingen zoals die nu op scholen wordt gehouden ook betrouwbaar maken.
Overigens hoef ik me niet zoveel zorgen te maken (over die ene beoordeling):
| Kwaliteit: 6 |
Favoriet: 8 |
Eindscore: 7 |
| Is eerlijk, Heeft humor |
Meneer Klijmij is een leraar die niet de baas probeert te spelen over de leerlingen maar gewoon vriendschappelijk omgaat met de leerlingen. Hij durft ook zijn ongelijk toe te geven.
Popularity: 45% [?]
Selectie in het onderwijs
Vanochtend, bij het uitgebreid doornemen van de vele pagina’s aan weekendbijlagen van de Volkskrant, werd ik getriggerd door een artikel van Ewald Engelen, een financiëel geograaf. Hij schreef een uitgebreide versie van dit artikel voor de sociaal-liberale denktank Waterland. Daar staat het onder de genuanceerde titel “Weg met de toetsterreur van het CITO! Op naar een zachtmoedige meritocratie!”.
De trigger kwam mede doordat Engelen meedoet met het makkelijke wijzen naar het onderwijs. Als iets niet goed gaat, of iets niet zint, dan moet dat wel aan het onderwijs liggen. Die makkelijke manier van redeneren zorgt voor een onzorgvuldige probleemanalyse, om nog maar te zwijgen over de gevolgen voor de gepresenteerde oplossingen.
Het probleem, zo lijkt het, is de CITO-toets. Deze almachtige toets in het basisonderwijs zou met haar resultaten leerlingen al direct in hokjes stoppen, waar ze nooit meer uitkomen. Die hokjes zijn belangrijk, want daar hangt uiteindelijk je leven van af: lager opgeleide mensen leven gemiddeld korter en ongezonder, en hebben minder geld, minder leuke partners, en een kleiner huis. Gelukkig blijkt uit het oorspronkelijke artikel meer dan uit de Volkskrant dat dit niet door de CITO-groep komt, maar “door onzekere ouders, gemakzuchtige directies en besturen en leerkrachten met een zwak ontwikkelde professionaliteit”.
Als tweede probleem wordt genoemd dat er te weinig aandacht is voor “weeffouten” in het onderwijs, met als belangrijkste de toename van probleemkinderen uit het speciaal onderwijs, en de prestatiedruk.
Eén van de oplossingen die hieruit voorkomt is het afschaffen van vroege selectie. Ik zal me hierop focussen, omdat dit het hoofdpunt van zijn betoog lijkt te zijn.
Ik heb zelf ervaring met vroege selectie, in die zin dat ik vorig jaar op een school werkte met gemengde brugklassen (vmbo/havo/vwo in één klas), en nu op een school met één niveau (gymnasium). Twee uitersten als het gaat om selectie, zo lijkt het. Vanuit die ervaring becommentariëer ik Engelens artikel.
Om te beginnen, het probleem. Wat is eigenlijk het probleem? Hoe groot is de macht van de CITO-toets? Naar mijn beste weten wordt eerder afgegaan op het oordeel van de basisschoolleraar, omdat de CITO-toets nu eenmaal een momentopname is. Zo geeft mijn school ook aan dat leerlingen met een CITO havo/vwo-advies meestal ook worden toegelaten als de basisschool een vwo-advies geeft (en andersom).
Dan komen we bij de prestatiedruk. Wat daar veel dieper achterzit, is de prestatiedrang van ouders. Met de één à twee kinderen die ouders tegenwoordig hebben moet een kind natuurlijk wel slagen. Dat zie je terug in het onderwijs, op scholen en bij de door Engelen aangehaalde remedial teachers - die duiden niet op tegenzin, maar op “overzin” van de ouders. Langs het sportveld zie je hetzelfde, met de schreeuwende ouders die fanatieker zijn dan hun eigen kinderen. Daar is nu wel een campagne voor, maar nog niet voor het onderwijs. Misschien een idee? Het onderwijs kan hier namelijk weinig aan doen. Zelfs al zou een school dat proberen, dan zou de school minder aanmeldingen krijgen omdat de ouders de kwaliteit niet vertrouwen. Wie wil dat risico nemen? Zeker als die prestatiedruk nog eens wordt opgevoerd door lieden die het goed presterende vmbo consequent afschilderen als “afvalputje”, iets waar Engelen zich ook aan bezondigt in zijn artikel.
De selectie vindt nu deels plaats bij de overgang naar de middelbare school. Daar is men nog niet direct ingedeeld over het algemeen. In de praktijk van scholengemeenschappen is de gangbare scheiding tussen vmbo(-t) en havo/vwo. De slechte overgang tussen vmbo en havo is door meer mensen aangehaald, maar het valt moeilijk vol te houden dat de selectie dan al definitief is. Voor h/v vindt die meestal pas eind klas 1 of 2 plaats. Ik vraag me af hoeveel laatbloeiers dan nog bloeien, en of dat aantal het de moeite waard maakt de selectie zo laat plaats te laten vinden. Zorg er dan voor dat de selectie niet definitief hoeft te zijn, en je nog makkelijk omhoog kan stromen.
Maar als we er even vanuit gaan dat er iets moet gebeuren, en de vroege selectie uitbannen, wat zijn dan de gevolgen voor het kind? Hoe fijn is het voor een slim kind om met allemaal minder slimme kinderen in de klas te zitten, en hoe is dat voor een minder slim kind? Tijd om mijn eigen ervaringen erbij te halen. En dan zie je dat in een gemengde situatie de minder slimme kinderen weinig profijt hebben van de slimme kinderen. Eerder het omgekeerde: het demotiveert om elke keer het laagste cijfer van de klas te hebben. Omgekeerd ergeren de slimme kinderen zich al snel aan het lagere tempo om iedereen “erbij te houden”. Door daar vroegtijdig al enige selectie op toe te passen zorg je dat kinderen meer op hun eigen niveau les krijgen, en daar juist meer profijt van hebben. Zo werd op mijn vorige school geconstateerd dat de kinderen in de mavo-klassen het beter deden dan de vmbo-t-ers in de gemengde klassen. Dat leidde tot meer “geselecteerde” klassen, maar schoorvoetend - het uitgangspunt was immers om die selectie uit te stellen.
Mijn stelling is dus: behouden van de CITO-toets, maar laat die nooit zwaarder wegen dan het oordeel van de leerkracht. En blijf vroeg (rond de 12) selecteren, om ervoor te zorgen dat kinderen op hun eigen niveau les krijgen, waardoor ze uiteindelijk gelukkiger zijn én beter opgeleid. Met één ding ben ik het wel eens: “opnieuw riante ladders moeten worden geplaatst tussen VMBO en HAVO en tussen HAVO en VWO om een betere allocatie van de pakketten talent en motivatie die wij leerlingen noemen mogelijk te maken”.
Popularity: 39% [?]