Tag Archive for 'vmbo'

Selectie in het onderwijs

Vanochtend, bij het uitgebreid doornemen van de vele pagina’s aan weekendbijlagen van de Volkskrant, werd ik getriggerd door een artikel van Ewald Engelen, een financiëel geograaf. Hij schreef een uitgebreide versie van dit artikel voor de sociaal-liberale denktank Waterland. Daar staat het onder de genuanceerde titel “Weg met de toetsterreur van het CITO! Op naar een zachtmoedige meritocratie!”.

De trigger kwam mede doordat Engelen meedoet met het makkelijke wijzen naar het onderwijs. Als iets niet goed gaat, of iets niet zint, dan moet dat wel aan het onderwijs liggen. Die makkelijke manier van redeneren zorgt voor een onzorgvuldige probleemanalyse, om nog maar te zwijgen over de gevolgen voor de gepresenteerde oplossingen.

Het probleem, zo lijkt het, is de CITO-toets. Deze almachtige toets in het basisonderwijs zou met haar resultaten leerlingen al direct in hokjes stoppen, waar ze nooit meer uitkomen. Die hokjes zijn belangrijk, want daar hangt uiteindelijk je leven van af: lager opgeleide mensen leven gemiddeld korter en ongezonder, en hebben minder geld, minder leuke partners, en een kleiner huis. Gelukkig blijkt uit het oorspronkelijke artikel meer dan uit de Volkskrant dat dit niet door de CITO-groep komt, maar “door onzekere ouders, gemakzuchtige directies en besturen en leerkrachten met een zwak ontwikkelde professionaliteit”.

Als tweede probleem wordt genoemd dat er te weinig aandacht is voor “weeffouten” in het onderwijs, met als belangrijkste de toename van probleemkinderen uit het speciaal onderwijs, en de prestatiedruk.

Eén van de oplossingen die hieruit voorkomt is het afschaffen van vroege selectie. Ik zal me hierop focussen, omdat dit het hoofdpunt van zijn betoog lijkt te zijn.

Ik heb zelf ervaring met vroege selectie, in die zin dat ik vorig jaar op een school werkte met gemengde brugklassen (vmbo/havo/vwo in één klas), en nu op een school met één niveau (gymnasium). Twee uitersten als het gaat om selectie, zo lijkt het. Vanuit die ervaring becommentariëer ik Engelens artikel.

Om te beginnen, het probleem. Wat is eigenlijk het probleem? Hoe groot is de macht van de CITO-toets? Naar mijn beste weten wordt eerder afgegaan op het oordeel van de basisschoolleraar, omdat de CITO-toets nu eenmaal een momentopname is. Zo geeft mijn school ook aan dat leerlingen met een CITO havo/vwo-advies meestal ook worden toegelaten als de basisschool een vwo-advies geeft (en andersom).

Dan komen we bij de prestatiedruk. Wat daar veel dieper achterzit, is de prestatiedrang van ouders. Met de één à twee kinderen die ouders tegenwoordig hebben moet een kind natuurlijk wel slagen. Dat zie je terug in het onderwijs, op scholen en bij de door Engelen aangehaalde remedial teachers - die duiden niet op tegenzin, maar op “overzin” van de ouders. Langs het sportveld zie je hetzelfde, met de schreeuwende ouders die fanatieker zijn dan hun eigen kinderen. Daar is nu wel een campagne voor, maar nog niet voor het onderwijs. Misschien een idee? Het onderwijs kan hier namelijk weinig aan doen. Zelfs al zou een school dat proberen, dan zou de school minder aanmeldingen krijgen omdat de ouders de kwaliteit niet vertrouwen. Wie wil dat risico nemen? Zeker als die prestatiedruk nog eens wordt opgevoerd door lieden die het goed presterende vmbo consequent afschilderen als “afvalputje”, iets waar Engelen zich ook aan bezondigt in zijn artikel.

De selectie vindt nu deels plaats bij de overgang naar de middelbare school. Daar is men nog niet direct ingedeeld over het algemeen. In de praktijk van scholengemeenschappen is de gangbare scheiding tussen vmbo(-t) en havo/vwo. De slechte overgang tussen vmbo en havo is door meer mensen aangehaald, maar het valt moeilijk vol te houden dat de selectie dan al definitief is. Voor h/v vindt die meestal pas eind klas 1 of 2 plaats. Ik vraag me af hoeveel laatbloeiers dan nog bloeien, en of dat aantal het de moeite waard maakt de selectie zo laat plaats te laten vinden. Zorg er dan voor dat de selectie niet definitief hoeft te zijn, en je nog makkelijk omhoog kan stromen.

Maar als we er even vanuit gaan dat er iets moet gebeuren, en de vroege selectie uitbannen, wat zijn dan de gevolgen voor het kind? Hoe fijn is het voor een slim kind om met allemaal minder slimme kinderen in de klas te zitten, en hoe is dat voor een minder slim kind? Tijd om mijn eigen ervaringen erbij te halen. En dan zie je dat in een gemengde situatie de minder slimme kinderen weinig profijt hebben van de slimme kinderen. Eerder het omgekeerde: het demotiveert om elke keer het laagste cijfer van de klas te hebben. Omgekeerd ergeren de slimme kinderen zich al snel aan het lagere tempo om iedereen “erbij te houden”. Door daar vroegtijdig al enige selectie op toe te passen zorg je dat kinderen meer op hun eigen niveau les krijgen, en daar juist meer profijt van hebben. Zo werd op mijn vorige school geconstateerd dat de kinderen in de mavo-klassen het beter deden dan de vmbo-t-ers in de gemengde klassen. Dat leidde tot meer “geselecteerde” klassen, maar schoorvoetend - het uitgangspunt was immers om die selectie uit te stellen.

Mijn stelling is dus: behouden van de CITO-toets, maar laat die nooit zwaarder wegen dan het oordeel van de leerkracht. En blijf vroeg (rond de 12) selecteren, om ervoor te zorgen dat kinderen op hun eigen niveau les krijgen, waardoor ze uiteindelijk gelukkiger zijn én beter opgeleid. Met één ding ben ik het wel eens: “opnieuw riante ladders moeten worden geplaatst tussen VMBO en HAVO en tussen HAVO en VWO om een betere allocatie van de pakketten talent en motivatie die wij leerlingen noemen mogelijk te maken”.

Popularity: 39% [?]

[Advertentie]

Universitair onderwijs kwalitatief uitermate teleurstellend

Maar uit de CPB-studie bleek dat vrijwel nergens op de wereld studenten in het hoger onderwijs zo weinig leren als in Nederland. Dat Nederlandse afgestudeerden toch wel wat kunnen, danken ze vooral aan hun uitstekende middelbare scholen.

Zo, die zit. Alma Mater, stuur maar een boeketje, want dankzij mijn collega’s studeert er af en toe nog iemand bij jullie af. Vandaag berichtte de Volkskrant dat het niveau van universitair onderwijs wordt overschat. Sterker nog, als je het artikel zo leest is het gebruik van de term “universitair onderwijs” al een overschatting. Als iemand met toch heel wat ervaring in de universitaire wereld als student kan ik deze opmerking volledig herkennen:

Het probleem ligt bij de universiteiten zelf. ‘Een groot deel van het bacheloronderwijs wordt gezien als noodzakelijk kwaad’, zegt Dittrich. Als corvee. Een echte wetenschapper doet immers onderzoek. ‘Ik kan me niet onttrekken aan de indruk dat het bacheloronderwijs onder aan de rangorde staat, na onderzoek, masters en externe taken.’ De universiteit, aldus Dittrich, vindt de bacheloropleiding kennelijk optimaal als die nog net door de keuring komt.

Daar waar je een graad nodig hebt om kinderen op het basis- en voortgezet onderwijs te mogen onderwijzen, is dat op de universiteit niet nodig. Ik hoopte dat het iets beter zou zijn sinds “mijn tijd”, maar blijkbaar niet. Colleges waren vaak saai en niet inspirerend, doelen niet helder en bij tentamens was het vaak belangrijker om een of ander loos feitje te hebben onthouden dan ruimte te geven om te laten zien dat je een stel hersens had waar je analytisch mee kon nadenken. Na de middelbare school, die mij prima was bevallen omdat ik daar redelijk zelfstandig (nog vóór de Tweede Fase) en uitdagend onderwijs kreeg, viel de universiteit zeker het eerste jaar genadeloos door de mand als schools en saai. Nu was (en ben) ik gelukkig gek op aardrijkskunde, dus de inhoud was wel boeiend - maar wat er mee gebeurde stelde niet zoveel voor.

Dat er veel ongemotiveerde studenten rondlopen in het hoger onderwijs kan ik me ook wel voorstellen. Motivatie krijg je door geïnspireerd te worden, door aantrekkelijke colleges, uitdagende opdrachten. Niet door colleges die je net zo goed had kunnen missen. Ik ben meer dan eens als stuudje getypeerd, maar ik geef het rustig toe: menigmaal zat ik vooral de krant te lezen in de collegebanken, Bert & Ernie na te doen (let vooral op de reactie: het lag aan de zaal, aan de studenten, aan de journalist…), bleef ik alleen uit een soort vaag verantwoordelijkheidsgevoel (het is ook niet leuk voor een docent als na de pauze zo’n 100 van de 120 studenten niet meer terugkomen), en ben ik zelfs een keer in slaap gevallen. Dat leverde gelijk hilarische taferelen op trouwens, want het bleef niet onopgemerkt. Ondanks dit alles heb ik een drs voor m’n naam staan - maar dat zegt dan misschien ook wel weer iets over de kwaliteit.

Opvallend is dit alles vooral, omdat er vooral geklaagd wordt over het middelbaar onderwijs - de sector die verantwoordelijk is voor onze goede internationale resultaten. Vooral de VMBO-leerlingen blijken geweldig te zijn. De uitval is daar wel hoog, en dat is zeker een probleem. Alleen, de “diplomaloze uitval” is in het hoger onderwijs even hoog. Waar blijven de moord en brandschreeuwers? En wie zal de eerste zijn die zegt dat het VMBO eigenlijk best goed is?

Voor de studenten van nu hoop ik dat er iets verandert, en dat zij wel goed onderwijs krijgen op uitdagend niveau. En als niet iedereen dat kan volgen: pech. Leg de lat maar hoog, en zet het onderwijs op een bijpassende positie.

Popularity: 33% [?]

Baan

Ik had met mezelf afgesproken om na de vakantie m’n graad (lesbevoegdheid) te halen, en daarom nog even niet actief op zoek te gaan naar een baan. Om het geld hoeft het sowieso niet, en die studie moet ook maar eens af. Mijn opmerking “ik kan nou lekker kiezen, als er wat leuks langskomt doe ik het en anders niet” werd afgedaan als arrogant, alsof scholen mij gingen bellen om banen aan te bieden.

Maandagmiddag werd ik gebeld door een school die een baan in de aanbieding hadden.

Dinsdagochtend ging ik erheen voor een sollicitatiegesprek.

Dinsdagmiddag werd ik gebeld, en als ik wilde kon ik bij ze aan de slag voor 10 lesuren.

Woensdagmiddag ga ik langs bij de sectievergadering en de papierwinkel afhandelen.

Over 2 weken aan de slag.

Ik ben trouwens niet helemaal uit de lucht komen vallen, een docent daar is ook vakdidactica aan het IVLOS. De school is het Erasmus College, een daltonschool met VMBO/HAVO/VWO. De uitgangspunten van het daltononderwijs zijn vrijheid, samenwerken en zelfstandigheid, en laat dat nou mooi samenvallen met mijn eigen uitgangspunten. Ik kijk er dus met plezier naar uit, en ondanks dat dit betekent dat er iets minder tijd overblijft voor studie en raad ben ik wel erg blij dat ik weer voor de klas kan gaan staan.

Popularity: 31% [?]

“Hoorn krijgt megaschool”

Net gelezen op Nu.nl:

HOORN - De gemeente Hoorn wil een megaschool bouwen voor vijfduizend vmbo-t-, havo- en vwo-leerlingen, zo bericht de Volkskrant. Alle middelbare scholen in de gemeente, zowel katholiek als openbaar, zullen samengevoegd worden tot één school.

Vijfduizend leerlingen…Ik heb zelf altijd op een kleine school gezeten en heb dat altijd prettig gevonden. Een ontspannen sfeer, je kent iedereen, het is veilig en vertrouwd. Precies wat je nodig hebt tussen alle proefwerkstress in.

De gemeente Hoorn zegt wel dat ze geen “Mammoetschool” willen bouwen, maar alles komt wel op 1 campus. Ik hoop dat ze het goed weten te organiseren zodat die 5000 leerlingen een beetje verspreid worden, zodat je niet het gevoel hebt in een megaschool te lopen, maar gewoon in een kleine, vertrouwde omgeving.

Popularity: 18% [?]