Tag Archive for 'tweede kamer'

Mijn top 15

Het kost even wat tijd, het lijstjes maken. Het is zoeken naar de juiste verhouding sociaal-groen-tolerant-internationaal. Dan moet je ook nog kijken vanaf wanneer iemand beschikbaar is en tot wanneer. Maar in navolging van Arnoud en Vincent wil ik wel een poging wagen.

Vooropgesteld: er zijn bijna alleen maar sterke kandidaten verkiesbaar, dus als dit het niet wordt kan het ook een goede lijst worden. Voor mezelf had ik wel een aantal criteria: afwisseling op de lijst, generalisten en specialisten, en natuurlijk sowieso mijn favoriete kandidaten erbij: Jesse Klaver, Linda Voortman, Ineke van Gent en Niels van den Berge horen in de top 15. Van sommige dingen ben ik weer minder gecharmeerd: het alleen beschikbaar zijn voor plek 2 t/m 6, zoals Jaap Dirkmaat doet, vind ik een vorm van druk zetten op het congres die bij mij een tegengestelde reactie oplevert. Ik heb liever Van Tongeren in de top 6, en Dirkmaat valt dan gezien de andere kandidaten erbuiten, en dus van mijn lijst.

Omdat de economische uitdaging het grootste wordt is het juist belangrijk om de kandidaten vanuit de ondernemerswereld als de vakbonden goed te vertegenwoordigen. Voortman, Van Gent, Braakhuis, Uijlenhoet en Van Pijpen heb ik om die reden op mijn lijst staan. De keren dat ik Jolande Sap in actie heb gezien geven mij het volste vertrouwen dat zij een nieuwe Kees Vendrik kan worden: deskundig en duidelijke taal.

Tot slot is politieke (volksvertegenwoordigende) ervaring voor mij een belangrijke factor. Los van de zittende kamerleden hebben Voortman en De Bruin die ervaring het meest. Daarmee komt deze top 15 eruit rollen:

1. Femke Halsema
2. Jolande Sap [financieel/economisch]
3. Tofik Dibi [tolerant]
4. Liesbeth van Tongeren [groen]
5. Jesse Klaver [sociaal/economisch]
6. Mariko Peters [internationaal]
7. Linda Voortman [sociaal/economisch]
8. Bruno Braakhuis [financieel/economisch]
9. Arjan el Fassed [internationaal]
10. Ineke van Gent [sociaal/economisch/ruimte]
11. Niels van den Berge [groen]
12. Arno Uijlenhoet [ondernemers/economisch]
13. Symone de Bruin [sociaal/economisch/tolerant]
14. Hayat Barrahmun [tolerant]
15. Jenneke van Pijpen [sociaal/economisch]

Popularity: 4%

Mijn kandidaten voor GroenLinks

Afgelopen zaterdag werd de concept-kandidatenlijst van GroenLinks bekend gemaakt. Een lijst om trots op te zijn, en je vraagt je haast af of er met zoveel talent niet een wat langere lijst dan de 30 plekken die er nu zijn nodig is. Al was het maar om aan de kiezer te laten zien dat deze talenten nog maar het topje van de ijsberg zijn.

Ik ga voor mezelf nog wel een uitgebreider lijstje maken qua voorkeursfractie om te helpen bij het stemmen zondag, maar een paar kandidaten wil ik er nu uithalen, in volgorde van de advieslijst.

Voor het tweede blok staat Jesse Klaver als kandidaat. Ik heb zijn opkomst bij DWARS precies meegemaakt, en gezien hoe hij DWARS heeft hervormd naar een moderne jongerenorganisatie, zonder dat dat ten koste ging van de idealen van DWARS. In 2008 kwam hij, als eerste en heel lang enige landelijk kopstuk naar Gouda om Oosterwei van dichtbij te bekijken, de wijk die het nieuws in september dat jaar beheerste. Hij kan bevlogen speeches koppelen aan inhoudelijke kennis en de wil om iets te bereiken. Ik hoop dus dat Jesse op een hoge plek in de kamer komt.

Ook in het tweede blok, maar dan met een advies voor een lagere plek staat een andere belofte: Linda Voortman. Wat mij betreft is zij ook uitermate geschikt om direct in de Tweede Kamer plaats te nemen. Ik ken haar nu een jaar of 5, vooral van congressen en andere partijgelegenheden, en zij heeft laten zien inhoudelijk en als debater erg sterk te zijn. Dat geldt zowel binnen GroenLinks, in de Groningse gemeenteraad, op congressen en haar blog, als erbuiten in haar huidige werk als vakbondsbestuurder. Ze is idealistisch, gedreven, en heeft humor. Voor mij belangrijk in de overwegingen is dat Linda haar ervaring als lokaal politica meeneemt, ervaring van onderaf die nu nog wel mist in de top van de lijst. Op lokaal niveau staan politici echt middenin de samenleving, en als je die niet gebruikt loop je het risico teveel van je kiezers af te dwalen. Linda kan dat juist wel bij elkaar brengen. Een hele sterke kandidaat dus, die ik in de Top 10 vind thuishoren.

Over top 10 gesproken: Ineke van Gent verdient het om ook genoemd te worden. Zij staat nu geadviseerd voor een lagere plek, maar haar kennis, kunde en humor mogen in deze uitdagende tijden niet verloren gaan voor de fractie. Ik steun dus ook de Ien in de Top Tien actie. Plek 9 of 10 zou mooi zijn om haar in een hopelijk grotere fractie te behouden.

Bij de opvolgers vanaf plek 16 staat nog een jong en bevlogen iemand die een hogere plek verdient. Ik vond het al jammer dat Niels van den Berge niet in het Europees Parlement kwam, en steun zijn kandidatuur voor de Tweede Kamer dus volop. Gezien zijn achtergrond op de groene portefeuille is hij zeker een goede aanvulling op de fractie, en als het gaat om analyse, debat en het overbrengen van de GroenLinkse boodschap acht ik hem zeer hoog.

Ook lager op de lijst staan nog een paar leuke namen, die ik graag op de lijst zou zien ook al wordt dat geen verkiesbare plaats: Paul Smeulders en René Kerkwijk. Behalve goede inhoudelijke kandidaten ook exponenten van Brabantse gezelligheid, die ervoor zorgen dat GroenLinks niet alleen een degelijke, maar ook een leuke partij is om actief voor te zijn.

Popularity: 4%

Stijgende lijn

Toch wel leuk, zo’n dagje prinsjesdagnieuws.

Half Nederland heeft een probleem met een stijgende AOW-leeftijd
De VVD heeft een probleem met de stijgende staatsschuld
De SP heeft een probleem met de stijgende werkeloosheid
De PVV heeft een probleem met de stijgende islamisering
GroenLinks heeft een probleem met de stijgende zeespiegel

De coalitiepartijen kunnen dus makkelijk claimen dat er sprake is van een stijgende lijn volgens de oppositie…

Popularity: 4%

Are….we…..readyyyyyy?

Is GroenLinks klaar om te regeren? In een uitgebreid artikel woensdag vindt Arnoud Boer van niet. Eerder vonden Harmen Binnema, Simon Otjes en Niels van den Berge van wel. Ik ben toch eerder geneigd me bij deze drie aan te sluiten.

De argumenten lopen langs 3 lijnen: de inhoud, de vergelijking met het buitenland en de lokale prestaties. Dat het GroenLinks-programma, de inhoud dus, omgezet moet worden in beleid zal geen GroenLinkser het mee oneens zijn. De vraag is dan wel: hoever is GroenLinks bereid om te gaan met compromissen sluiten? Die vraag is niet vooraf te beantwoorden, maar het feit dat het op lokaal niveau lukt – in een aantal gevallen al meerdere periodes – betekent dat het kan, en zodanig is uit te leggen dat de kiezers het begrijpen.

Dat het vergelijken met het buitenland niet veel hout snijdt klopt ergens wel. Dat de Duitse Grünen met goede resultaten hebben geregeerd zegt nog niets over GroenLinks. Maar het zegt wel degelijk iets over de mogelijkheden: het kan. De politiek in verschillende landen is daarvoor vergelijkbaar genoeg: de groene partijen werken niet voor niets Europees gezien ook veel samen.

Het lokale argument vind ik ook belangrijk. Juist omdat op lokaal niveau soms meer bereikt kan worden dan landelijk is het goed om te zien dat GroenLinks in ongeveer 1 op de 5 gemeentes meebestuurt – en zeker als je kijkt naar de grote gemeentes, met in 3 van de 4 grote steden een GroenLinks-wethouder (of zelfs 2). Dat je dan niet over troepenmachten besluit (hooguit in Gouda, als er een buschauffeur wordt overvallen) betekent niet dat die andere besluiten niet verstrekkend kunnen zijn. Op sociaal gebied liggen er tegenwoordig vrij grote budgetten bij gemeentes, met bijbehorende verantwoordelijkheden en risico’s. GroenLinksers hebben daar ervaring mee.

Die ervaring laat ook zien dat het met Arnoud’s vrees voor de achterban wel mee zal vallen. Als we in zoveel plaatsen meeregeren, waarom zou de achterban dan landelijk massaal dwars gaan liggen? Wat dat betreft is er wel wat veranderd, en is GroenLinks geen partij van wereldvreemde mensen met linnentasjes in hun sandalen meer. Ook bij ons wordt iedere keer afgewogen tussen principes en haalbaarheid – de wil om iets te betekenen is groot, en het besef dat je dus soms water bij de wijn moet doen ook.

Het komt uiteindelijk, als kleinere partij, neer op 2 zaken: willen anderen met ons, en hebben we de mensen? Arnoud is daar skeptisch over.  Ik niet. GroenLinksers zitten namelijk op heel veel plekken. Ze komen er alleen niet voor uit. Als regeren een issue wordt, gaat het erom te weten waar die talenten zitten, en of/hoe ze ingezet kunnen worden.

Dan zie ik GroenLinks in 2011 wel als serieuze kandidaat om mee te regeren. Net als een groot deel van de achterban. Of het lukt hangt af van wat er te bereiken valt. Het gaat immers om de inhoud.

Popularity: 3%

Wilders heeft gelijk

Zo, voor één keer kan ik het helemaal eens zijn met Geert Wilders. Eat your heart out. Maar de monistische schijnvertoning van vandaag vroeg om een volksvertegenwoordiger die zich niet mee liet slepen met de morele druk om er bij elk debat maar bij te zijn voor het kwootje in het journaal, om te laten zien dat je het ook wel belangrijk vindt. Dat is niet ondemocratisch. De triomfantelijke blik waarmee Pieter van Geel vertelde dat er toch geen ruimte was om iets te veranderen aan het crisis-akkoord vraagt eigenlijk meer om een welgemikte schoen, maar gelukkig gaan we zo nou ook weer niet met elkaar om als volksvertegenwoordigers.

Als je geen speelruimte wordt geboden, dan moet je gewoon weglopen. Dion Graus deed het een keer op een stompzinnig nutteloze manier, vandaag deed Wilders het op het goede moment. Jammer dat de rest van de oppositie niet meeliep.

Popularity: 15%

Mohammed’s List

De Marokkaanse overheid is hard bezig haar invloed over de overzeese onderdanen uit te breiden. Die vormen immers een belangrijke inkomstenbron voor de nationale economie, een belangrijke band dus. De nieuwste manier om de grip te verstevigen is de namenlijst verder te kuisen: geen Berbernamen meer, die zijn “betekenisloos”.

Een zorgelijke ontwikkeling, zoals ook PvdA-collega Mohammed Mohandis vaststelt. Zeker omdat er vanuit de landelijke overheid weinig tegen gedaan wordt. Voor individuele Marokkanen is het moeilijk om zich hiertegen te verzetten. Weliswaar kan je altijd afzien van de officiële namenlijst, maar daarmee zie je af van een Marokkaans paspoort voor je kind. Dat geeft problemen bij reizen naar Marokko, maar nog belangrijker met erfrecht.

In Nederland wordt die discriminatie dubbel gevoeld, omdat een groot deel van de van oorsprong Marokkaanse inwoners Berbers zijn. Een groep die nog steeds stelselmatig wordt achtergesteld in Marokko. Naast de grip op overzeese Marokkanen probeert de overheid zo ook een culturele eenwording te stimuleren.

Het lijkt me dat de minister van Buitenlandse Zaken de lijst moet weren uit Nederland. Maar in afwachting daarvan mogen we ook onszelf als lokale overheid afvragen hoe we hiermee om willen gaan. We horen immers voor onze eigen burgers op te komen.

Popularity: 21%

All your gemeentepolitiek are belong to us!

Dankzij het weblog van een oplettende Mattias Gijsbertsen, raadslid te Groningen, zag ik dat staatssecretaris Bijleveld een brief over de staat van het dualisme (pdf) heeft geschreven.

Ik deel de analyse van Mattias. De brief lijkt vooral de positie van B&W te willen versterken. De lokale autonomie wordt wel één keer geprezen, waar het gaat om het schrappen van verplichte beleidsevaluatie, maar verder moet er vooral heel veel in de wet. De raad kan wel wat, zo is het signaal, maar moet je toch vooral niet teveel eigen verantwoordelijkheid geven.

Op welke manier een in de wet vastgelegd presidium moet helpen is mij bijvoorbeeld volstrekt onduidelijk. Het presidium is een afvaardiging van de raad, die over de raadsagenda gaat. Dat werkt bij ons prima, ook zonder wettelijke basis. Uit de brief blijkt ook niet direct wat nou het probleem is. If it ain’t broken, don’t fix it.

De positie van de burgemeester bij de formatie moet sterker worden is een andere gevaarlijke uitspraak. Niet doen. Zolang de burgemeester geen gekozen figuur is (wat mij betreft wordt de burgemeester door de Raad gekozen) heeft die ook geen positie bij de formatie. De partijen zijn best in staat om er samen uit te komen – niemand heeft belang bij een zwak of ruziënd college.

Een belangrijk thema in de gemeenteraden is de werkdruk. Het raadslidmaatschap is een vrijwillige functie, in deeltijd, met een vergoeding voor gedorven inkomsten – de uren die je niet normaal kan werken. Dat is prima, zo blijf je als raadslid ook een beetje burger. Nogal wat raadsleden klagen over de werkdruk, zo denkt 10% van de CDA-raadsleden erover het raadslidmaatschap neer te leggen vanwege de drukte.

Staatssecretaris Bijleveld komt met een rijtje ondoordachte open deuren. “Beter vergaderen” wordt genoemd. Ik ben daar huiverig voor. Niet omdat ik zo graag vergader, maar omdat ik nog steeds het gevoel heb dat we soms wel erg snel door de besluitvorming gaan. En dat terwijl we een hip en uitgebreid systeem hebben om beter te vergaderen. Je boekt er alleen geen tijdswinst mee – hooguit kwaliteitswinst. Dat komt omdat de vergaderdruk mede ontstaat door de grotere hoeveelheid onderwerpen die je als Raad moet behandelen. Onderwerpen als WMO en WWB zijn sinds een aantal jaar van het Rijk naar de gemeente gegaan, en aan over heel veel geld. Dat kost je als raadslid ook tijd.

Meer aandacht voor fractie-ondersteuning is mooi, maar in de praktijk beperkt. Voor een gemeente als Gouda is er te weinig geld om je fractie echt professioneel te laten ondersteunen. Het geld wordt bijvoorbeeld gebruikt voor thema-bijeenkomsten. Je doet daarbij handige kennis op, maar het kost ook tijd. Voor werkdruk helpt het dus niet. Hetzelfde geldt voor de oplossing “opleidingen”. Dat kost extra tijd, en de tijdswinst die je ermee boekt omdat je dan ineens slimmer bent is beperkt. Er is denk ik maar één oplossing: het besef dat het raadslidmaatschap een echte deeltijdbaan is, en dus niet even in een paar uurtjes in de avond gedaan kan worden. Dat mag ook wel voor het geld dat je ervoor krijgt.

Tot slot de positie van college en raad bij raadsvoorstellen. Hier wordt de Raad weer weggezet als een clubje herriemakers. Daarom moet in de wet worden vastgelegd dat het college eerst haar opvatting over een initiatiefvoorstel van de Raad moet geven voor vaststelling. Tegelijk wordt geconstateerd dat dat eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn. Dat lijkt mij ook, en daarom is een wetswijziging ook onzin. Als een Raad met een initiatiefvoorstel keihard tegen het college ingaat is er wel meer aan de hand. Dan helpt een wetswijziging niet.

De gedachtegang dat ongewenst gedrag wel verdwijnt als je het in een wet zet, volledig voorbijgaand aan het gezond verstand van mensen, wordt hiermee verder doorgezet. Zorgwekkend. Doe mij maar een staatssecretaris die vertrouwen geeft aan lokale overheden.

Popularity: 19%

Late selectie zo laten

Minister Plasterk komt tegemoet aan een wens van GroenLinks – maar dat had hij niet moeten doen. In zijn “mid-term review” van het onderwijs laat hij in een zinnetje vallen dat de “vroege selectie” misschien wel anders moet. Het taboe op de Middenschool moet worden doorbroken. Ik houd dat taboe liever in stand, in het belang van de leerling. De Middenschool is een typisch politieke oplossing: namelijk de oplossing voor een ander probleem. En niet eens een goede oplossing.

Om eerst maar een misverstand weg te nemen: zo vroeg wordt er nu ook weer niet geselecteerd. Natuurlijk, aan het eind van de basisschool komt er een advies en een CITO-resultaat, maar dat is vaak nog niet definitief. Een advies vmbo/havo of havo/vwo komt vaak voor. Middelbare scholen spelen daarop in, met vaak gemengde brugklassen. De daadwerkelijke selectie vindt pas na 1 of 2 jaar plaats voor veel kinderen.

Waarom ben ik nu tegen de middenschool, en in bredere zin tegen de commotie om die zogenaamd vroege selectie?

Allereerst doet het onrecht aan het onderwijs. Alsof basisscholen niet in staat zijn om een goed advies te geven, alsof middelbare scholen niet in staat zijn kinderen in de goede richting te sturen. Ik ken te weinig verhalen van kinderen die te laag zijn ingeschat, eerder dat ze te hoog zitten. Vaak is dat niet eens een probleem veroorzaakt door de school, maar door ouders en kinderen die denken dat je zo theoretisch mogelijk onderwijs moet volgen. Het gevolg: tekorten aan goede vaklui, en veel kinderen die liever met hun handen bezig zouden zijn dan met de boeken waar ze nu mee geconfronteerd worden.

Ten tweede is het niet in het belang van kinderen om lang gedwongen te worden in een gemengde groep te zitten. Degenen aan de onderkant zijn altijd degenen die het laagste scoren. Dat is funest voor het zelfvertrouwen. Er is ook geen haalbaar doel, want zo slim als de slimste kinderen in de klas zullen ze nooit worden. Het gevolg is demotivatie: het maakt toch niet uit wat je doet. Ontplooiing en ontwikkeling kan je wel vergeten.

Aan de andere kant van het spectrum zitten de slimme kinderen. Die hebben minder aansluiting met de rest (het zijn immers “nerds”), vervelen zich over het algemeen te pletter omdat alles zo makkelijk is (anders haken de minder slimme kinderen af), kortom, zij worden evengoed gehinderd in hun ontwikkeling.

Beide soorten kinderen heb ik in de praktijk meegemaakt. Op mijn vorige school in Zoetermeer, waar leerlingen van mavo t/m gymnasium door elkaar zaten. En ik maar aan het huilende meisje, iemand die met hard werken mavo net aan zou kunnen, uitleggen dat ze weliswaar de toets goed had gemaakt, maar dat de anderen ‘m beter hadden gemaakt en zij dus toch een 5 had. Tegelijk was het haast onmogelijk om iets extra’s te bieden aan de slimme kinderen, omdat je ondertussen 2/3 van de groep iets anders moest laten doen.

Op mijn huidige school, een categoraal gymnasium, hoor ik van ouders vooral opluchting. Opluchting omdat hun kind eindelijk zichzelf kan zijn, eindelijk wordt uitgedaagd, eindelijk weg is van die basisschool die zo makkelijk was. Het wordt weer uitdagend. Dat dat niet alleen geldt voor de gymnasiasten bleek op mijn vorige school wel uit het verhaal dat de brugklassen met alleen mavo-leerlingen de resultaten beter waren, zowel qua leren als sociaal. De reden lijkt simpel: je kan op je eigen niveau worden uitgedaagd en het beste uit jezelf halen. De top van de klas is bereikbaar.

Vroege selectie lijkt vooral bedoeld om op kunstmatige manier kinderen te mengen en “klasseverschillen” weg te werken. Maar dat is niet het doel van het onderwijs. Het doel is om kinderen voor te bereiden op het volwassen leven, door kennis op te doen, door in een veilige omgeving op te groeien. Die veiligheid mist in een Middenschool.

Wat moet er dan wel gebeuren? Laatbloeiers bestaan, en daar moet je ook wat voor bieden. Het zijn er niet genoeg om je hele onderwijssysteem overhoop te gooien. Wat wel moet gebeuren, is het vergemakkelijken van de overstap naar een ander schooltype. De route omhoog (en omlaag) moet niet met hindernissen bezaaid worden. Daar kan je je leerdoelen en programma’s op afstemmen. Vroege selectie is geen probleem – het definitieve karakter ervan wel.

Bij al die zaken moet je niet vergeten dat het ook gaat om het welzijn van de leerlingen. Zorgen dat ze zich goed voelen in de klas, en positief uitgedaagd. Niet het onmogelijke verlangen. En het onderwijs niet inzetten als middel om de maatschappij als geheel te verbeteren. Mislukken van ideologische plannen is erg, het mislukken van plannen over de hoofden van goedwillende kinderen is nog erger.

Popularity: 16%